Oorlog om drugs
Er zijn schattingen dat in de Mexicaanse drugsoorlog van december 2006 tot april 2010 zeker 22.000 mensen zijn vermoord. Dit jaar alleen al bijna 2000. Daaronder zijn vele gewone burgers maar ook honderden politiemensen, leden van het Openbaar Ministerie en 58 journalisten.
De eerste oorzaak van het geweld is onderlinge concurrentie tussen de drugsorganisaties die strijden om de doorvoerroutes van drugs en met name die naar de Verenigde Staten. Juist die etappe in het transport kan astronomische bedragen opleveren. Controle over een plaza op de route naar de VS is van levensbelang. De bloedige onderlinge concurrentie is in essentie een turf war.
Die concurrentie wordt nog ernstig verscherpt door de strijd van de Mexicaanse overheid tegen de drugshandel en de grootscheepse inzet van de VS om haar zuidgrens (La Linea) af te sluiten.
In de knooppunten zoals grenssteden als Ciudad Juárez en Tijuana is de concurrentie het scherpst en zijn de risico's het grootst en dus zijn met name dergelijke knooppunten strijdtoneel om de hegemonie.
Een kartel is een club investeerders in de drugshandel die bepaalde overheadkosten zoals transport en veiligheid gezamelijk voldoet. De leiders van kartels zijn in het verleden steeds goed vervangbaar gebleken wat wijst op een netwerkachtige structuur.
Een andere factor in het geweld is het het feit dat de federale regering aan de de drugskartels de oorlog heeft verklaard. Die harde houding is relatief nieuw. Pas sinds eind 2006 voert Mexico een ware war on drugs.
In 2000 komt er een einde aan het zeventigjarige bewind van de PRI (Revolutionaire Institutionele Partij) die zeventig jaar lang als enige partij middels de president het land bestuurde. Er zijn analisten die het aantreden van president Vicente Fox in 2000 zien als een breuk van een delicate band van corruptie tussen partijleiders van de PRI en de grote drugkartels.
Fox is de eerste president die het leger inzet, aan de grens met de VS, maar met weinig succes. Ook de opvolger Felipe Calderon kwam niet uit de PRI. Calderon verklaarde op de dag van zijn aantreden de oorlog aan de drugskartels en verhoogde meteen de salarissen van de federale politie en van de strijdkrachten.
Bovendien verordonneert Calderon vanaf zijn aantreden per direct grootschalige acties tegen de drugsorganisaties. De lokale en staatspolitie wordt in het grootste deel van het land opzij geschoven door federale politie. In sommige staten neemt het leger zelfs politietaken over. Het jaar 2006 markeert het begin van de huidige - uiterst bloedige - periode in de Mexicaanse geschiedenis.
In totaal zijn momenteel zeker 50.000 Mexicaanse soldaten ingezet in de strijd tegen de kartels, ze handhaven in bepaalde gebieden de openbare orde en doen mee aan de opsporing.
De regering heeft de afgelopen jaren successen (2010, 2009) geboekt tegen met name het Golf- en het Sinaloa-kartel. Maar die successen hebben tot gevolg gehad dat de machtsverdeling tussen de kartels uit zijn evenwicht raakte en het geweld tussen de kartels onderling is verhevigd.
Hier beelden van de oorlog.

