Zinloos geweld (2/5): controleren, optreden en opvoeden

Geplaatst op: 31-08-2010

In mijn vorige blog heb ik gesproken over symbolische maatregelen tegen zinloos geweld. Daar waar symbolische maatregelen tekort schieten in het beheersen van het gedrag van (toekomstige) daders, zijn er op institutioneel vlak maatregelen voorhanden waarvan meer te verwachten valt ten aanzien van gedragsregulering. Deze kunnen ruwweg worden onderverdeeld over drie rubrieken: controle, optreden en opvoeden.
Controleren valt uiteen in twee algemene middelen die het toenemende geweld moeten beperken: strenger, beter en meer controleren en harder optreden. Deze aanpak heeft alleen een storende werking op de balans tussen het recht op de bescherming waar burgers om vragen en het recht op privacy. Het is Boutellier’s Veiligheidsutopie: burgers willen meer controle en betere handhaving, maar als zij hier zelf het onderwerp van zijn dan liggen de kaarten anders.

Het tweede middel, daadkrachtig optreden en straffen, kan de zelfbeheersing van burgers vergroten. Maak potentiële daders bewust van de straf die hen te wachten staat. Strenger straffen zal binnen deze optiek zinloos geweld niet verminderen. Dit heeft mogelijk een neveneffect op de samenleving: het lijkt of zinloos geweld niet te voorkomen is en dat daarom maar strenger moet worden gestraft. Bovendien lijken strafrechtelijke reacties over het algemeen weinig succesvol gelet op de hoge recidivecijfers. Daarbij valt het zeer te betwijfelen of het besluit van daders van zinloos geweld om terug te vallen op het gebruik van geweld een uitvloeisel is van een rationele overweging. In de voorbeelden lijkt eerder sprake van een krenking door hoog oplopende spanningen gecombineerd met een gebrek aan zelfbeheersing uitmondend in een uitbarsting van fysiek geweld dat achteraf zinloos wordt genoemd.

Tot slot een derde middel. Veel mensen verkeren in de overtuiging dat een strengere opvoeding door ouders en/of professionals agressief gedrag kan voorkomen of bijschaven. De praktijk wijst echter uit dat sommige mensen zich niet zomaar laten vormen of bijschaven. Een bepaalde groep zal zich verzetten tegen elke opgelegde wil. Weer anderen zijn psychisch niet in orde, anderzins in de war of lijden aan een ziekte die hen ontoerekeningsvatbaar maakt. Dit zijn mensen die door het lint kunnen gaan. Kortom: kleine kans dat we agressief gedrag voorkomen, want niet iedereen kan of wil een goede opvoeding genieten.

Ook deze middelen lijken dus weinig resultaat op te leveren. Of ben ik nu echt een zwartkijker?
 

Johannink

Johannink

Roy Johannink is Senioradviseur Bestuur en Veiligheid bij adviesbureau VDMMP.