Geen chemisch castratie-preparaat voor mij

Op 7 december 2011 volgde de uitspraak van de rechtbank. Overeenkomstig de verwachtingen beschikte de rechtbank dat de verlenging van de tbs-maatregel tot één jaar beperkt zou blijven. Het was aldus mijn 2e eenjaarsverlenging. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar ik heb mij wel eens laten vertellen dat de rechtbank na 3x een verlenging te hebben uitgesproken van 1 jaar, overgaat tot een uitspraak V.O. (voorwaardelijk ontslag) dan wel een 0.0. (onvoorwaardelijk ontslag). Anderzijds zijn er weer anderen die dat tegen spreken. De tijd zal het leren. Mijn resocialisatietraject dient binnen het nu volgende jaar dus serieus vorm te krijgen, wil de kliniek in november 2011 - bij de eerstvolgende verlengingszitting - serieus worden genomen. IK ben er in elk geval klaar voor (lees: klaar mee).
Of het gaat lukken valt te bezien. De afgelopen weken ligt mijn behandeling in elk geval nagenoeg stil. D.w.z. dat ik in het monotone ritme van eten, slapen, schrijven, eten, slapen, schrijven verkeer. Afgewisseld door enkele onderwijs- & fitness modules, enkele gesprekken met groepsgenoten en een empathieke dame van de Geestelijke Verzorging, of een interessant tv-programma of boek. Eerst maar eens zien om voor de 8e keer de december feestdagen zonder familie en eigen vrienden door te komen.
Intussen wordt de hedendaagse zedenhype opgeschud met de zoveelste ontuchtzaak. Deze keer betreft het een Amsterdamse kleutercrèche, waar ene Robert M. c.s. zijn handen (?) niet thuis kon houden. De katholieke kerk doet nu zelf ook een duit in het zakje. De roep in het brave deel der samenleving om de brandstapel wordt steeds luider. De politiek anticipeert er gretig op, m.n. bij monde van de verse Staatssecretaris van Justitie dhr. Fred Teeven, die ooit een uitnodiging afsloeg om in de kliniek eens te komen kijken en luisteren hoe het er in de tbs écht toegaat. Ondertussen krijgt Nederland onderhand de indruk dat de ene helft van de bevolking uit daders en de andere helft uit slachtoffers bestaat.
In januari 2011 rolde er een genuanceerd themanummer (Pedofilie) van de persen van onderhavig magazine, met o.a. een verhelderend interview met mijn advocaat en een selectie uit bijdragen van ondergetekende.
Op 22 februari 2011 was ik aan de beurt om mijn delictpresentatie te houden ten overstaan van een zestal theoretisch geschoolde deskundigen. Iedereen had de beschikking over een kopie van de (niet-gecorrigeerde) versie van de in De Kijvelanden opgemaakte delictscenarioprocedure, behalve ik. Ik wilde het uit mijn hoofd doen omdat de anderen niet over het verslag beschikten van de werkelijke gang van zaken, oftewel mijn eigen versie. Ik was er immers bij.
Mijn behandelcoördinator gaf te kennen dat ik één uur de tijd had om mijn verhaal te doen, met de mogelijkheid nu en dan te worden geïnterrumpeerd met vragen en/of opmerkingen. De nadruk zou liggen op de gedachten en gevoelens die een rol hebben gespeeld in de totstandkoming van de delicten en welke gevolgen mijn gedrag daarin hadden. Ik begon met mijn jeugd rond mijn 3e jaar, waarin de Astma zijn intrede deed.
Vervolgens deed ik verslag van mijn vele astma-aanvallen en het daarmee samenhangende veelvuldige schoolverzuim en het spijbelen, vanwege de volgens mij toch niet meer in te halen achterstand. Ik vermelde een gebeurtenis in het ziekenhuis (wasbeurt vriendje waarbij ik seksuele opwinding ervoer) en de seksueel getinte ervaring tijdens verstoppertje spelen in mijn woonbuurt, waarbij ik bij een meisje in haar broekje voelde en nóg enkele blijken van jeugdige onschuld.
Daarna vertelde ik over de verhuizing naar Osdorp, de zoveelste andere lagere school en andere kinderen en het gepasseerd worden bij het schoolzwemmen vanwege mijn astma. Op 11 jarige leeftijd is er dan de uit huis plaatsing naar een astmacentrum in de bosrijke omgeving van Nijmegen en de seksueel getinte ervaringen in de daar begonnen puberteit.
Vervolgens deed ik verslag van mijn moeizame aanpassing 4½ jaar later terug thuis in Amsterdam, mijn seksuele ervaringen met een meisje op de mavo, de bewust wordende heimwee naar de periode en de (seksuele) contacten op het astmasanatorium en de zich opdringende emotionele en seksuele gevoelens naar jongere jongens. Hierna volgt een 10 jaar durend proces van frustratie en depressiviteit a.g.v. de onbereikbaarheid van mijn idealen, welke uitmondt in een langzame zelfacceptatie en bevestiging; mede door `het duwtje in de rug' van een 10-jarig Duits jongetje én de maatschappelijk verruimende normen (seksuele Revolutie) waar het fenomeen pedofilie een graantje van meepikte.
Verder zijn mijn platonische relatie met Reinaud en het huwelijk met Petra even aan de orde geweest. Daarna maakten we een sprong naar het indexdelict, de wijze waarop dit tot stand kwam en de `middelen' die ik hierbij in de strijd leek te gooien. Tussendoor werden er vragen gesteld door een teamlid: ‘Wanneer ik je artikelen in Crimelink lees valt mij op dat je alles erg romantiseert’ (antw.: ‘Zo heb ik het toen ook ervaren - de omgang met de jongens stond voor mij immers voorop - en daarmee komen we ook aan bij mijn ambivalentie').
De maatsch. werker: ‘Hoe kan het zijn dat de knop zo snel omging, gezien je eerdere eigen morele bezwaren - toen je dat bewuste Duitse jonge je ontmoette?’ (antw.: Het is niet zozeer een plotselinge omslag, maar een proces van 10 jaren, waarin de kennismaking met de Werkgroep Pedofilie van de NVSH, de tijdgeest van de verlichte jaren '70 én de initiatieven van de jongen in kwestie een rol speelden en mij over die zelf opgeworpen streep trokken.’) De vragen die de zorgcoördinator stelde betroffen meer het zoeken naar bevestiging van de reeds in de DSP gestelde vragen en/of conclusies. Na 1½ uur sloot hij de nogal uitgelopen presentatie.
Dan volgt op 8 maart mijn 2e behandelbespreking in De Oldenkotte. Tot nu toe was alles redelijk voortvarend en naar ieders tevredenheid verlopen. Er is zelfs enkele weken geleden een begin gemaakt met de laatste nog te volgen individuele (schema)therapie met een klinische psycholoog. Ik had voor de behandelbespreking een eigen bijdrage van 2e pagina verzorgd en tijdens de bijeenkomst zelf nog een supplement van 2 pagina's aan de aanwezigen uitgereikt, betreffende mijn voorgaande 17 overplaatsingen binnen een tijdsbestek van 7 jaar. Aanvankelijk verliep alles naar verwachting. Er viel weinig of niets negatiefs te melden en vragen over e.e.a. waren er al evenmin. Toen het vervolgtraject aan de orde kwam kreeg ik echter te horen dat er weliswaar begeleid verlof zal worden aangevraagd, maar dat men mij:
- Alsnog even wil overplaatsen naar afd.IV (waar de deuren niet door ST-ers worden bediend) alvorens ik via resocialisatiehuis De Wiem in Enschede kan intrekken bij mijn broer in Noord-Holland, al had ik liever niemand tot last willen zijn en gewoon op mezelf gaan wonen;
- Het gebruik van Decapeptyl (chemisch castratie preparaat) i.p.v. Paroxetine wil opleggen, welke geheel in strijd is met de aantoonbare noodzaak en drie eerdere adviezen van onafhankelijke deskundigen en slechts de verantwoordelijkheid van Oldenkotte `indekt'.
T.a.v. het eerste punt voerde ik aan dat ik nu, op afd. II-C in Oldenkotte, na 17 verplaatsingen, voor het eerst de rust, de veiligheid en het begrip heb gevonden waar ik na 7½ jaar recht op heb. 9 van de 12 medebewoners zijn (veelal ook inhoudelijk) op de hoogte van mijn delict en respecteren mij in weerwil van de hedendaagse zedenhype als mens. Met elk van de stafleden kan ik goed overweg. Kortom: een ideale basis voor snelle progressie en psychische rust. Dit is alle voorgaande keren anders geweest. Vanaf de noodgedwongen zelf verkozen isolatie in het HvB te Pula/Kroatië tot aan de pispaalstatus in De Kijvelanden. Wat is er dan op tegen om deze status quo nog even te handhaven? De kamers in de containerbouw van afd.IV hebben niet alleen geen eigen douche, maar ook geen eigen toilet. Een nachtelijk toiletbezoek betekent voor mij dan ook een stagnatie van een toch al gebrekkige nachtrust. Bovendien brengen de flinterdunne tussenwandjes met zich mee dat ik, gezien mijn gehoorstoornis, moeizaam gesprekken en/of tv-uitzendingen zal kunnen volgen, tenzij mijn beide buren bereid zijn hun geluids-installaties `uit' dan wel heel zacht te laten staan (... ). Verder ligt de gemiddelde leeftijd op afd.IV een stuk lager dan op afd.II-C.
T.a.v. het tweede punt voerde ik aan dat mijn recidive (on)gevaarlijkheid bij lange na niet in verhouding staat tot de zeer wel mogelijke lichamelijke consequenties voor ondergetekende. Androcur, Decapeptyl, Zoladex en aanverwante chemische castratie preparaten zijn oorspronkelijk bedoeld voor verkrachters, lustmoordenaars en andere seksuele impulsdaders. Prof. Bullens, die in februari 2010 mijn contra expertise verrichte, schreef mij recentelijk n.a.v. mijn schriftelijke vragen: ‘De ervaringen met veel zedendelinquenten is dat zij zeer goed reageren op Paroxetine. Vanwege de nogal forse bijverschijnselen van Androcur heeft dit middel -Paroxetine - dan ook vaak de voorkeur.’ En de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming liet bij brief van 22-2-2011 weten: ‘Het is ongewenst dat verschillen in opvatting en onduidelijkheid onder professionals over de toepasbaarheid van deze middelen leidt tot verschillen in behandelkwaliteit en rechtspositie van tbs-gestelden. Daarom zal ter bevordering van de gelijkwaardigheid van de behandelkwaliteit en de rechtspositie van patiënten, ongeacht waar ze verblijven, een beleidskader worden ontwikkeld, al dan niet in de Aanwijzing opgenomen.’
De Staatssecretaris heeft in zijn brief geen termijn vermeld waarop het beleidskader naar verwachting beschikbaar komt. Vooruitlopend op de resultaten van dit op handen zijnde beleidskader kan ik dus nog even straffeloos vergiftigd worden. M.i. wordt hier de medische ethiek, een beroepscode geschonden. Ik heb er de eed van Hippocrates in de Grote Winkler Prins eens op nageslagen. Ik heb mijn hakken in het zand gezet. Tot hier en niet verder. Eerdergenoemde voorwaarden zijn mij 2 bruggen te ver. Ik heb mijn portie echt wel gehad. Ik heb voor mijn doen nogal van mij af gebeten en de kliniekbeleidsmakers van paniekvoetbal beschuldigd. Ook hier regeert de angst en het eigenbelang op cruciale momenten.
Dat is prima, maar dan zonder mij. Ik ben zogezegd behandelmoe, aangezien ik een man met een verhaal ben, die een slopend traject achter zich heeft. Vandaar dat ik heb gevraagd om mij met rust te laten en in een longstay voorziening te parkeren, van waaruit ik verder kan strijden in mijn zoektocht naar rechtvaardigheid, indien men volhardt in de genoemde 2 druppels die de emmer doen overlopen. Er zitten dus toch nog addertjes tussen het gras.
(wordt vervolgd)
Pijnboom
Pijnboom
Crimelink laat ook mensen aan het woord die door de strafrechter zijn veroordeeld voor een misdrijf. Zo spreekt hier Ferdi Pijnboom die op dit moment in een TBS-kliniek verblijft wegens een pedoseksueel delict. Hij schetst zijn levensloop en geeft commentaar op zijn gedwongen verblijf in een Justitie-inrichting en op de aanpak van zijn behandelaars.

