Fijn toch dat er politie is…

Geplaatst op: 02-09-2010

Let op, ondanks de titel wordt dit geen sarcastisch stukje. Voor de verandering eens. Want wat overkwam mij vorige week? Wachtend op het groene licht stond ik rechts op de dubbele rijbaan om rechtsaf te slaan. Gezellig kletsend met een jongedame van twaalf. Toen ik optrok nam ik de bocht wat aan de ruime kant, waardoor een witte auto links naast mij moest toeteren om mij weer op mijn eigen rijbaan te krijgen. Verder niks, geen botsing, alleen wat schrik bij twee chauffeurs.
Toen de witte auto mij luid toeterend passeerde, balden drie inzittenden hun boze vuisten naar mij. Toen de wagen vóór mij reed, zag ik een Oost-Europees nummerbord en steeds aanfloepende remlichten. Kennelijk wilde men mij op de rijweg tot stoppen dwingen om de kwestie eens gezellig uit te praten. Maar het overige verkeer stond dat niet toe, dus wij keutelden voort tot aan een rotonde.
 
Normaal ga ik daar rechtdoor en dat leek de witte auto ook te gaan doen. Ik vond het een elegante oplossing om dan maar rechtsaf te slaan: zo waren we van elkaar verlost zonder verder gedoe. Echter, in mijn achteruitkijkspiegel zag ik dat de witte auto zich niet liet verrassen, de rotonde met sterk verhoogde snelheid voor driekwart rondde en zo in een wip nu weer áchter mij zat.
Ik voelde de neiging opkomen vaart te zetten om zo de witte auto van mij ‘af te schudden’. Vermoedelijk was mij dat ook wel gelukt, tenslotte kende ik de straatjes in de buurt vast beter dan zij. Anderzijds wilde ik geen onnodige risico’s veroorzaken voor de overige weggebruikers. Maar zo kijkende weer in de achteruitkijkspiegel had ik ook niet veel zin in een confrontatie met het nog steeds vuistzwaaiende drietal Oost-Europeanen in de licht heen en weer slingerende witte auto. Je wordt dezer dagen wel voor minder halfdood geslagen… En ik had ook nog een kind van twaalf bij me.

Opeens zag ik vóór mij twee agenten op een scooter rijden. Dat heb ik altijd een bezopen gezicht gevonden, want een politieman rijdt minstens op een stoere motor. Ineens kreeg ik een idee: achter hen aan gaan rijden, hun aandacht vangen en hen vervolgens om assistentie vragen. Tot mijn geluk reden zij een parkeerplaats op, met mij én mijn achtervolgers op hun staart. Daarna was het een makkie om hen aan te spreken. Met de witte auto achter mij, waarvan de inzittenden duidelijk niet in de gaten hadden dat dit politie was…

‘Zet u uw auto’s maar aan de kant heren, dan kunnen wij even met elkaar praten’. Aldus een in uiterst correct Nederlands pratende jonge politieman van allochtone oorsprong. Ik vertelde mijn verhaal, gaf toe dat ik wat onoplettend was geweest en dat ik het toch wel wat benauwd had gekregen van die ‘achtervolging’. Inmiddels had ook de chauffeur van de witte auto zich bij ons gevoegd. In krom Engels zei hij dat ik wel heel erg gevaarlijk had gereden en dat ik had zitten telefoneren tijdens het rijden (wat niet waar was).

‘Ik ga nu even met deze meneer praten’, zei de agent en ging met hem buiten mijn gehoorsafstand staan. Na vijf minuten kwam hij bij me terug en zei hij dat hij de Oost-Europese man had uitgelegd dat het soms voorkomt dat je verrast wordt door een onhandige handeling van een verkeersdeelnemer. Dat je dan wel boos kunt worden en verhaal wilt gaan halen, maar dat de eventuele gevolgen van zo’n agressief gedrag wél voor jouw rekening zijn. Dat dergelijk gedrag dus eigenlijk onwenselijk is. Dat hij verder niet zélf had waargenomen dat ik had zitten telefoneren, dus dat hij daar niets mee kon. En dat hij blij was dat ik de afhandeling van dit conflict in zijn handen had gelegd, dat de politie ook die functie soms had. En met een ferme handdruk wenste hij me verder nog een prettige dag.

Zo liep het dus af met een sisser. Met lichte trots knikte ik naar mijn 12-jarige passagier dat je zo’n situatie dus het beste in handen van de politie kunt spelen. Bijvoorbeeld van surveillanten op een scooter dus.
Onderweg naar huis bedacht ik mij dat naast alle discussie over een nationale politie, een ministerie van veiligheid, de gewenste aanpak van de zware misdaad etc., allemaal onderwerpen waar ik zo goed in thuis ben, het voor mij toch buitengewoon leerzaam was geweest om eens in de praktijk te ervaren hoe een jonge, allochtone agent op een uiterst professionele wijze een voorbeeld van basis-politiezorg gaf. Ook al klom hij daarna op zijn suffe scooter en reed hij daar reutelend mee weg…



 

Barneveld

Barneveld

Archie Barneveld is hoofdredacteur van Crimelink Magazine.