In Nederland hebben de kranten het rapport over toezicht van OM op de politie, door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, links laten liggen. Dat was vast wegens te moeiljk. Maar het is niet terecht omdat de inhoud zorgelijk is.
Een rapport getiteld Evenwichtige Opsporing, met op de cover een jong meisje op een schommel met uitzicht op zee. Dat is voor mensen die op zoek zijn naar zakelijke feiten over politie en justitie misschien niet de beste uitnodiging, maar dit terzijde.
Gegeven - onder meer - het gedoe rond hoofdcommissaris Bernard Welten te Amsterdam is er misschien toch een actuele aanleiding?
Ondanks de taaie kost en onbegrijpelijke termen als Informatie Gestuurde Politie (IGP) en Zicht op Zaken (ZoZ) en ook nog eens het National Intelligence Model (NIM) gaat het erom hoe het Openbaar Ministerie de politie aanstuurt om zo een veiliger en minder criminele samenleving tot stand te brengen.
Dat gaat, zacht gezegd, niet zo goed.
Het College van PG's, de opdrachtgever, maakte zich vooraf al zorgen over het zicht op haalbare- en niet haalbare politieonderzoeken. Als dat onvoldoende is zal de sturing door het Openbaar Ministerie (OM) ook niet in orde zijn en daarmee worden maatschappelijke problemen niet opgelost.
Een greep uit de veelzijdige uitkomsten:
1. Er zijn onderling grote verschillen tussen politieregio's wat betreft de screening van de aangiftes en dus in de zaken (kwalitatief en kwantitatief) die uiteindelijk aan het OM worden geleverd.
2. Tweederde van de politiekorpsen zegt zicht te hebben op de aard van de grote voorraad plankzaken, terwijl tweederde van de arrondissementen daarover geen idee heeft. Zeer veel plankzaken blijven eeuwig liggen.
3. Het OM heeft onvoldoende grip bij de sturing van de politie. Zeker bij de aangiftes maar ook bij de zwaardere opsporing. Persoonlijke verhoudingen tussen magistraten en politie zijn te belangrijk.
4. Het OM krijgt van de politie onvoldoende informatie om te kunnen oordelen over eventueel aan te pakken zaken of delicten.
5. Eigenlijk hebben politie noch justitie een idee: 'Al met al is (...) voor betrokkenen niet duidelijk aan welke (minimale) kwaliteitseisen de sturing, inrichting en uitvoering van het opsporingsproces moeten voldoen.'
Die laatste zin van de conclusie lijkt weinig bemoedigend. Misschien is het rapport daarom zo moeilijk. Te moeilijk voor de kranten maar zorgelijk voor de burger.
Hier heeft u het rapport. En
hier de reactie van de twee betrokken ministers.
