Sinds 1 januari van dit jaar heeft een verdachte het uitdrukkelijk recht om een (forensisch) tegenonderzoek of aanvullend onderzoek te vragen bij de officier van justitie en bij de rechter-commissaris.
Als de officier van justitie dat verzoek afwijst, kan de verdachte het voorleggen aan de rechter-commissaris. Zo zou de verdediging beter in staat moeten zijn om al eerder dan het begin van de berechting op de terechtzitting nader onderzoek te laten uitvoeren. Als zij vindt dat het forensisch onderzoek ernstig tekort schiet.
De verdediging heeft meer armslag om aanvullend onderzoek of tegenonderzoek te vragen, omdat bij het geven van een opdracht aan een deskundige door de officier van justitie of de rechter-commissaris ook de verdediging moet worden geïnformeerd.
Verder komt er in plaats van benoemingen per ressort een nieuw landelijk register van vaste gerechtelijk deskundigen. Het is voor openbaar ministerie en verdediging gemakkelijker kiezen als een deskundige als zodanig is erkend, hoopt het ministerie van Justitie.
Hier is de Wet deskundige in strafzaken.
Dit is de oude richtlijn van het parket-generaal.
