Zo stapte Heineken-ontvoerder Willem Holleeder het leven van Marcel Kaatee binnen. Een bekende van Holleeder, Rob Grifhorst, wil het Casa Rosso-imperium wel overnemen. Grifhorst en Holleeder maken hun entree in het episch centrum van het Casa Rosso-bedrijf: het piepkleine zoldertje boven de automatenhal van Molensteeg 1.
In dat kantoortje krijgt Kaatee te horen dat hij een nieuwe collega krijgt. Als dank voor de deal biedt Grifhorst Holleeder commissie en een nieuwe baan. Zo zit je in de gevangenis, zo ben je assistent-bedrijfsleider van de Casa Rosso Holding. Kaatee: ‘Het draaide hartstikke soepel. Hij heeft zeker zakelijk inzicht en een ondernemersgeest. Hij pachtte later het Erotisch Museum en dat werd door hem meteen helemaal ge-restyled.’
Amsterdamse politiechefs fronsen in 1992 de wenkbrauwen. Heineken-ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder hadden hun straf uitgezeten. Maar acht miljoen gulden losgeld was nog niet terecht. En nu geeft Rob Grifhorst in het Mariott-hotel een welkomstfeest en loopt Holleeder over de Wallen alsof alles daar van hem is.
De Heineken-hypothese
Vanaf 1993 komt er bij de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) informatie binnen dat Willem Holleeder, Cor van Hout en Rob Grifhorst aan het hoofd staan van een criminele organisatie die zich onder meer met drugshandel bezighoudt. De organisatie zou geld witwassen door middel van de bedrijven uit het Casa Rosso-concern, waaronder de speelhallen.
Het Amsterdamse kernteam van de politie begint in 1994 het Citypeak-onderzoek. In een proces-verbaal schrijft de politie dat in ‘meerdere perspublicaties’ staat dat de ‘Heineken-ontvoerders’ eigenaar zijn, samen met Rob Grifhorst. De politie denkt dat een aantal bordelen, de Casa Rosso-bedrijven en bedrijven in de Alkmaarse rosse buurt betaald zijn met Heineken-losgeld. Kaatee hoofdschuddend: ‘Ja, dat was hun hypothese. Maar Grifhorst kon haarfijn aantonen waar hij het geld vandaan had.’
Jarenlang speurden rechercheurs in archieven in binnen- en buitenland, observeerden, luisterden telefoons af. Maar bewijs voor de Heineken-hypothese werd niet gevonden. Er waren wel aanwijzingen voor drugshandel van een groep verdachten rond Cor van Hout. En er waren spanningen tussen de ‘bloedgabbers’ Van Hout en Holleeder.
Op 27 maart 1996 krijgt Cor van Hout de volle laag voor zijn woning in de Amsterdamse Deurloostraat. Het is een schietpartij onder de ogen van zijn vrouw Sonja, de zus van Willem Holleeder, en zijn zoontje. Van Hout overleeft de kogels. Marcel Kaatee heeft zich inmiddels helemaal verdiept in het Citypeak-dossier: ‘Het blijkt dat er spanningen waren in de periode van die aanslag.’
