Reclassering werkt met RISc-profielen

Door: Wim van de Pol

Als beleidsmedewerker bij Reclassering Nederland is Jacqueline Bosker onder meer betrokken bij RISc: een instrument voor risicotaxatie om rechters en officieren van Justitie te laten weten wat het risico op recidive en schade is bij een verdachte of een veroordeelde. ‘Op basis van de uitkomst kunnen we op de persoonlijke situatie toegesneden interventies adviseren.’

‘RISc is ontwikkeld voor het terugdringen van recidive en is gebaseerd op de zogenoemde What Works-beweging in de criminologie’

Wat is RISc?

‘RISc is de afkorting van Recidive Inschattings Schalen. Een medewerker neemt met een delinquent een vragenlijst door over een aantal ‘leefgebieden’. Hoe is zijn huisvesting geregeld? Hoe staat het met de financiën, werk? Wat is zijn delictverleden? Heeft hij een vaste relatie? Dat soort thema's. We werken sinds 2005 met het instrument.’

Wat was er daarvoor?

‘Daarvoor werkten we met een gestructureerde vragenlijst. Het grote verschil met RISc is dat het speciaal is ontwikkeld om te komen tot een inschatting van de recidivekans. Dat zat in het vorige instrument niet.’

De filosofie achter RISc is terugdringen van recidive. Legt u eens uit?

‘RISc is ontwikkeld als afgeleide van een groot beleidsplan voor het terugdringen van recidive. De methode is gebaseerd op de zogenoemde What Works-beweging in de criminologie. Invalshoek van deze beweging is het zoeken naar ‘wat werkt’ in  de aanpak van criminaliteit. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we welke problemen en omstandigheden samenhangen met delictgedrag. Door bij een delinquent te beoordelen of deze factoren ook bij hem een probleem zijn, kunnen we kijken wat er moet gebeuren om zijn recidivekans omlaag te brengen. Op basis daarvan kunnen we zoveel mogelijk op zijn persoonlijke situatie toegesneden interventies adviseren.’

Wat zijn interventies?

‘Vormen van begeleiding om de kans dat iemand opnieuw vervalt in crimineel gedrag te verminderen. Daarvan zijn er grofweg drie categorieën. Ten eerste de groepstrainingen die gericht zijn op gedrag, bijvoorbeeld de leefstijltraining, bedoeld voor mensen die aan alcohol of drugs verslaafd zijn. Dat kan in de gevangenis maar ook buiten. Sommige delinquenten moeten echt in therapie, die introduceren we bij de GGZ of de forensische psychiatrie. En dan hebben we de begeleiding. Iemand loopt dan in een toezicht onder begeleiding van een reclasseringswerker. Die heeft periodiek gesprekken met de onder toezichtgestelde en helpt bij het vinden van een baan of bij het oplossen van financiële problemen.’

Ik ben verdacht van een misdrijf en zit in bewaring op het politiebureau. Krijg ik dan te maken met RISc?

‘Nee, dan nog niet. We krijgen van de politie melding van iedereen die op het politiebureau zit. Per arrondissement zijn er afspraken over wie er dan wel en niet worden bezocht. Bijvoorbeeld bij huiselijk geweld is de kans groot dat een verdachte bezoek krijgt van ons. We doen bij deze ‘vroeghulp’ alleen een korte screening met een instrument genaamd QuickScan, er is dan geen tijd voor de RISc-vragenlijst. Het gaat er dan om of het zinnig is direct al iets te doen. We zouden ook al een eerste advies kunnen geven aan de rechter-commissaris.’

Maar als ik dan in voorlopige hechtenis in een huis van bewaring terechtkom?

‘Dan brengen we voorlichtingsrapporten uit ten behoeve van de rechtszitting en daar wordt RISc wél voor gebruikt. Als iemand na de veroordeling nog een strafrestant van meer dan vier maanden heeft, doen we ook RISc. We maken een plan om eventueel tijdens de detentie al interventies te doen. In de laatste periode van de detentie, als iemand al deels de samenleving in kan, geven we op basis van RISc adviezen voor een penitentiair programma, als iemand weekendverlof krijgt of een voorwaardelijke invrijheidstelling.’

Wat gebeurt er als ik met een slok op heb gereden?

‘Dan ben je in de regel een verdachte die een transactie krijgt aangeboden van de officier van Justitie. De reclassering adviseert daarbij wel, maar we zetten RISc niet in. Dat zijn momenten dat je op grond van een kort gesprekje een snel advies geeft. We hebben voor dit soort adviezen QuickScan ontwikkeld.’

RISc is dus niet bedoeld voor de lichtere delicten?

‘Je kunt met RISc meer zeggen over wat er nodig is om de kans op herhaling omlaag te brengen. Wat voor soort interventies je zou moeten doen. In de rechtsgang bij lichtere delicten is er vaak te weinig tijd voor RISc en is er alleen een korte screening mogelijk. Dan moet je voorzichtiger zijn met je adviezen.’

Wat doen jullie met draaideurcriminelen?

‘Draaideurcriminelen hebben vaak een flink dossier bij ons opgebouwd. Bij hen hoeven we niet elke keer dezelfde diepgaande analyse te doen.’

Vroeger pakte een reclasseringswerker zijn typemachine en componeerde een persoonlijk afgewogen oordeel. Dat is nu wel even anders.

‘Klopt. Maar de reclasseringswerker kijkt nog steeds met zijn deskundigheid en kennis naar ieder specifiek geval. Hij heeft een professioneel oordeel. RISc is ontwikkeld op basis van statistische gemiddelden, maar statistiek mag nooit leidend zijn. Aan de andere kant moet een reclasseringswerker wel steeds beter motiveren waarom hij van een RISc-advies afwijkt. Maar dat moet altijd mogelijk blijven. Een situatie van een individuele dader kan nu eenmaal anders zijn dan wat je op grond van een statistisch gemiddelde zou verwachten.’

Ten slotte, over what works gesproken, werkt RISc eigenlijk goed?

‘Reclasseringswerkers hebben wat kritische kanttekeningen, maar in het algemeen vinden ze RISc een meerwaarde.’

Als twee medewerkers dezelfde persoon met RISc beoordelen, komt er dan dezelfde risico-inschatting uit?

‘Daar heeft het WODC onderzoek naar gedaan. Dat onderzoek was positief. Op de meeste onderdelen van RISc komen twee medewerkers tot een vergelijkbare conclusie. Als het om interpreteren van gedrag gaat wordt het subjectiever en de betrouwbaarheid minder. Dan gaat het bijvoorbeeld om beoordelingen als wat is iemands attitude? Hoe staat het met cognitieve vaardigheden? Is iemand heel erg impulsief, kan iemand goed zijn eigen problemen onder ogen zien en oplossen? Kun je doordacht handelen? We geven hierover scholing aan reclasseringswerkers. En we kijken of de vragen in RISc wel scherp en eenduidig genoeg geformuleerd zijn.’

Heeft u ook gekeken of de voorspellingen van RISc uitkomen? Of mensen inderdaad wel of niet recidiveren?

‘Dit onderzoek gaat het WODC dit najaar doen. We hebben al enige indicaties dat het redelijk goed zit. Maar we weten bijvoorbeeld niet zeker of RISc goed werkt bij bijzondere groepen als zedendelinquenten. Die hebben gemiddeld genomen een aantal zaken wel op orde: ze hebben een huis, een baan, noem maar op. Het zou kunnen dat we voor hen specifiekere vragen moeten stellen. Of andere gewichten moet toekennen aan bepaalde componenten.’

16 juni 2008 21:39