De Haarlemse rechtbank veroordeelde de Lybiër Ahmed Al J. vorig jaar tot 3 jaar cel, wegens opzettelijke brandstichting in het cellencomplex van Schiphol-Oost. In de nacht van 26 oktober 2005 kwamen bij die brand elf mensen om het leven. Het Amsterdamse gerechtshof laat nu zowel de toedracht van de brand als de door de verdachte afgelegde verklaringen opnieuw onderzoeken. ‘Het hof heeft aanleiding gevonden om er nog eens dieper naar te kijken.’
De minister: ‘Er is hier iemand moedwillig bezig geweest om brand te stichten. Dit is gewoon een rotstreek geweest’
Kort nadat Ahmed Al J. door personeel uit zijn brandende cel is bevrijd, wordt hij vanwege zijn brandwonden overgebracht naar het VU-medisch centrum. Daar brengen artsen hem - gezien de ernst van zijn brandwonden - in een kunstmatig coma. Op verzoek van justitie wordt Al J. in het VU-ziekenhuis verpleegd onder de naam Dirk de Vries. Even later verandert Justitie die naam in ‘Dirk Vonk’.
Het hoofd van de intensieve care rapporteert dat twee marechaussee-medewerkers permanent in één van de familiekamers verblijven en frequent komen kijken of de patiënt al wakker is. ‘Dat is storend voor de bedrijfsvoering en niet acceptabel’, stelt het hoofd IC.’
Het is daags voor de presentatie van het vernietigende eindrapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV) naar de Schipholbrand, op 20 september 2006, als de toenmalig minister van Sociale Zaken De Geus zich in het programma de Ochtenden op Radio 1 een opmerkelijke uitspraak permitteert: ‘Er is hier dus iemand moedwillig bezig geweest om brand te stichten. En dan spelen wij het in Nederland klaar om de halve wereld eromheen van schuld te betichten. Dit is gewoon een rotstreek geweest.’Daags erop neemt de Geus zijn uitspraak weer terug: ‘Ik had moeten zwijgen’, zegt hij in de Tweede Kamer.
Opmerkelijk was ook de bewering van toenmalig minister Verdonk, die al een paar uur na de brand in oktober 2005 wist te melden dat het personeel van het cellencomplex ‘adequaat’ had opgetreden.
Verdonk nam haar opmerking, in tegenstelling tot de Geus, nooit terug. Ook niet nadat de OVV met haar conclusie kwam: ‘Alles overziend denkt de raad dat er geen of minder slachtoffers te betreuren waren geweest als de brandveiligheid de juiste aandacht had gekregen van de betrokken instanties.’ Het was deze conclusie die de ministers Donner en Dekker noopten om af te treden.
Reflex
De uitspraken van de toenmalige ministers Verdonk en de Geus lijken een reflex om bij grote rampen de eigen organisatie buiten de schuldvraag te houden. Bij het optreden van het Openbaar Ministerie was vanaf het begin van het onderzoek de aandacht bijvoorbeeld met name gericht op het handelen van een vermeende dader: de bewoner van cel 11, waar de brand leek te zijn begonnen.
