Biocriminoloog Andrea Donker: ‘We moeten af van het genetisch determinisme’

Door: Wim van de Pol

- Weet niet iedereen dat al?

‘Je zou het niet zeggen. Hangjongeren en drop-outs worden vaak als heftige criminelen afgeschilderd door bijvoorbeeld lokale politici die willen scoren. Dan hoor ik een zinnetje als 'TBS is nog niet goed genoeg voor deze jongens'. Wat een onzin! Die jongens zijn misschien weinig ondernemend of ze vervelen zich. Het is goed verklaarbaar dat ze rondhangen en kleine criminaliteit plegen. Let wel: ze moeten niet gepamperd worden. Maar het zijn geen psychopaten zonder geweten. Ik vind het heel eng dat verantwoordelijke mensen met dat soort borrelpraat komen. Onbegrijpelijk.’ 

- We zijn nou weer middenin de omgevingsfactoren terechtgekomen. Ver weg van dat genenonderzoek dat zo in de mode is.

‘Nee hoor. Die muizen die geen moederliefde krijgen hebben inzichtelijk gemaakt hoe kennis over die genetische processen vooral helpt bij het begrijpen waaróm omgevingsinvloeden zo vreselijk belangrijk zijn. We weten nu pas hoe belangrijk de omstandigheden en invloeden zijn na de geboorte. Met die kennis kunnen we verder zoeken hoe we de wereld zo in elkaar kunnen zetten dat de omgevingsinvloeden gunstig zijn voor kinderen. Dat is de crux van het verhaal. Met genetische onderzoeken kunnen we het belang van de omgevingsfactoren op een veel overtuigender manier laten zien. Dat wisten we twintig jaar geleden niet.’


Affaire Buikhuisen
Wouter Buikhuisen (1933) was criminoloog en hoogleraar in Groningen en Leiden. In de jaren zeventig en tachtig viel geheel weldenkend Nederland over hem heen in de 'Affaire Buikhuisen'. In het artikel 'Kriminologie in biosociaal perspectief' uit 1979 had Buikhuisen voorgesteld onderzoek te gaan doen naar de oorzaken van crimineel gedrag. Hij richtte zich niet op de omgevingsfactoren maar op biologische invloeden.

Hij wilde verbanden onderzoeken tussen fysieke kenmerken in de hersenen van proefpersonen en hun crimineel gedrag. In die dagen was dat vloeken in de (linkse) kerk. Het ging in tegen de tijdgeest die stelde dat alle mensen maakbaar zijn. Crimineel gedrag werd uitsluitend verklaard uit sociaal-economische achterstand en slechte opvoeding. Met name linkse bladen als Vrij Nederland gingen tekeer.

Columnist Piet Grijs had het over de ‘Eerste en Tweede Buikhuisense Oorlog’. Buikhuisen was ‘een kale, impotente carrièrewetenschapper’, een ‘verblinde vakidioot’, een ‘bedrieger’ en werd zelfs met het nazisme geassociëerd. Het huidige lid van de Raad van State Kees Schuyt stelde dat de voorstellen van Buikhuisen in wetenschappelijk opzicht tekortschoten. 

In 1999 bracht de naam Buikhuisen nog steeds het schuim op de mond van Volkskrant-columnist Hans van Maanen: ‘Buikhuisen mag nog steeds niet. Buikhuisen zal nooit mogen. Eigenlijk moet die naam helemaal nooit meer vallen.’ Van het onderzoek van Buikhuisen kwam nooit veel terecht, mede door alle tumult. Eind jaren tachtig hield hij het voor gezien en stapte in de antiekhandel. Tegenwoordig woont hij in Spanje.

biografie
Dr. Andrea Donker (1969) studeerde in 1994 cum laude af in medische biologie en psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. In 2004 promoveerde zij aan de Universiteit Leiden als gevolg van een promotie-project met de titel “Prevalence and precursors of young-adult and adult delinquency”. Voor dit proefschrift was zij genomineerd voor de Willem Nagel Prijs 2003-2006. Sinds 2003 is zij universitair docent bij de afdeling Criminologie en Penologie van de Universiteit Leiden.
Sinds 1998 schrijft zij met regelmaat de jaarlijkse Kroniek van de Biocriminologie in het Tijdschrift voor Criminologie. Verder publiceert zij op het terrein van de ontwikkelingscriminologie en de rechtspsychologie.

Uit: Crimelink nul-nummer najaar 2007

03 januari 2008 22:17