Biocriminoloog Andrea Donker: ‘We moeten af van het genetisch determinisme’

Door: Wim van de Pol

- Maar genenonderzoek in de criminologie is wel in de mode.

‘Zeker. Genen zijn ook wel degelijk van invloed op later crimineel gedrag. Maar het zijn nooit alleen maar genen. We moeten van het genetisch determinisme af. Bij mijn studenten stamp ik er in dat omgevingsinvloed al vanaf de conceptie begint. Vanaf dat moment zijn er de omgevingsfactoren. Het milieu in de baarmoeder en ook alles wat de moeder doet en dat doordringt in de baarmoeder. Dat kunnen blijvende invloeden zijn. Omgevingsinvloed is nooit afwezig.

‘De huidige minister van Onderwijs Ronald Plasterk heeft ooit in een column geschreven over het simplificeren van genetische invloed. Hij verwees naar het tweelingenonderzoek: eeneiige tweelingen zijn zo goed als identiek maar toch niet hetzelfde. Hij schreef: denk je dat het de vrouwen van de broertjes De Boer niet uitmaakt met wie ze getrouwd zijn? Een mooi voorbeeld dat ik ook gebruik in mijn colleges.’ 

- Agressie, is daar niet een apart gen voor?

‘Nee. Er is een grote genetische invloed, maar niet één gen dat agressief gedrag bepaalt. Neem het baltsgedrag van een fruitvliegje daar zijn al tientallen genen mee gemoeid. Laat staan als je het hebt over gewelddadigheid of agressie. Er zijn bij agressie veel genen die meespelen en heel veel omgevingsinvloeden. Je kan genetisch behoorlijk geneigd zijn tot agressief gedrag maar nooit iemand een klap verkopen. Het is een samenloop van omstandigheden, van omgeving en genetische aanleg.’ 

- Waar richt het genenonderzoek zich momenteel op?

‘Echt in de mode is epigenetica. Hoe dat werkt zou ik heel graag aan mensen uitleggen. Dan onstaat er misschien echt wat begrip voor het genenonderzoek in de biocriminologie. Epigenetica kijkt naar processen die van invloed zijn op je genetische samenstelling zonder dat ze per definitie overerfbaar zijn. Vroeger dachten we dat de genen zoals je die van je ouders hebt gekregen niet meer veranderen. Maar dat doen ze wel. En de kennis daarover neemt nu heel snel toe. Simpel gezegd: je erfelijke aanleg verandert ook nog als je volwassen bent.’ 

- Hoe dan?

‘In 1997 was er een publicatie in Science, dat was een doorbraak. In een onderzoek naar stress bij muizen was gebleken dat hun genen nog kunnen veranderen na de geboorte. Als muisjes wel genoeg eten en drinken maar geen troost en warmte van de moeder krijgen (in jargon: licking and grooming) beïnvloedt dat bepaalde genen en daarmee de manier waarop het stresssysteem zich ontwikkelt. Hun hardware was daardoor gewijzigd. Hun genen waren veranderd doordat ze geen moederwarmte kregen.

03 januari 2008 22:17