Biocriminoloog Andrea Donker: ‘We moeten af van het genetisch determinisme’

Door: Wim van de Pol

Kan een foutje bij de aanleg van de hersenen iemand tot een gewelddadige crimineel maken? In de jaren tachtig was die gedachte vloeken in de kerk. Alleen negatieve omgevingsfactoren zoals een liefdeloze opvoeding en gebrek aan onderwijs maken een mens crimineel, was de heersende gedachte. Inmiddels zit de biocriminologie niet meer in de foute hoek. Genetische aanleg kan wel degelijk van invloed zijn op agressie en criminaliteit, blijkt uit biocriminologisch onderzoek. Maar uit de biocriminologie blijkt ook de kapitale invloed van omgevingsfactoren. Biocriminoloog Andrea Donker over nature and nurture in de biocriminologie.

‘Laatst was er op de radio een hoogleraar die stelde dat hoog opgeleide vrouwen in Nederland meer kinderen moeten krijgen. Anders zou de Nederlandse kenniseconomie niet blijven bestaan. We moeten de grootste kans op intelligente kinderen niet laten lopen, vond hij. Hij werd bijna agressief aangevallen door Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Dat mag je helemaal niet zeggen, vond Terpstra. Het is not done om te zeggen dat er een genetische invloed bestaat. In zijn ogen kan iedereen met onderwijs hetzelfde niveau bereiken.’ 

- Is dat niet zo dan?

‘Het gaat mij erom dat die man gewoon gelijk heeft als hij zegt dat hoogopgeleide mensen relatief vaker intelligente kinderen krijgen, hoewel ik zijn idee helemaal niet onderschrijf.
‘De man maakte zich zorgen over het behoud van de kenniseconomie. Hij vindt helemaal niet dat laagopgeleide mensen geen slimme kinderen zouden kunnen maken. Of dat iedereen vastgebakken zit aan de genen die hij heeft, wat betreft zijn opleiding. Maar voor je het weet wordt zo’n man bij het grof vuil gezet, los van de vraag of zijn idee nu zinnig is of niet. De aanval van Terpstra was een klassieke aanval tegen het idee dat mensen genetisch van elkaar verschillen en dus ook in hun kansen. Het is het oude idee van de maakbare samenleving en de maakbare mens. Je merkte dat de gespreksleider ook uit de gelederen van de oude PvdA-idealisten kwam. Ik vond die radiouitzending heel typerend voor hoe er ook nu nog tegen de biologie en tegen de biologische processen wordt aangekeken: vanuit heel geringe kennis.’ 

- Het Buikhuisen-syndroom?

‘Het probleem van de biocriminologie is dat er angst is voor genetische invloed als een deterministisch gegeven. Dus dat je van tevoren zou kunnen vaststellen dat iemand crimineel of zelfs psychopaat wordt. Of dat dit hoe dan ook gebeurt. Dat is niet zo en dat heeft Buikhuisen ook nooit willen bewijzen.
‘De stap om met meer begrip te kijken naar de biologische processen achter gedrag is nog steeds niet gezet in de publieke opinie. Dat zou wel moeten anders blijft biocriminologie heftige aversie oproepen.’ 

- Er zijn geen genen die crimineel gedrag veroorzaken?

‘Nee. Er zijn wel een aantal genetische mutaties die leiden tot ziektes. We kennen een aantal ziektes die zijn terug te voeren tot één foutje in een gen, bijvoorbeeld de ziekte van Huntington. Dat noem je 'one gene, one disorder' ziektes. Daar zijn er maar een paar van. Uitzonderingen.’ 

03 januari 2008 22:17